Ik ben door veel mensen benaderd met de vraag of ik iets kan doen tegen de heksenjacht op het gemeentelijk maaibeleid.
Dat lieg ik, maar dat kan niemand bewijzen. Bovendien is de vraag wat ik onder veel versta. Het is net zoiets als “ik en velen met mij vinden dat….” Zolang niemand vraagt naar ondertekende adhesiebetuigingen of andere vormen van schriftelijk bewijs lijkt het heel wat maar stelt het niets voor.

Politici maken vaak gebruik van deze truc om de ernst van een zaak te benadrukken. In de gemeente Twenterand klom onlangs de PVV in de pen. Nadat eerst alle groene marxisten verbaal waren neergemaaid en de ergernis over het modewoord biodiversiteit was uitgekotst kwam raadslid Erik Veltmeijer to the point: er is overlast door slecht maaibeleid.
“Veel inwoners klagen over verpauperde straten, slordige speelplekken voor kinderen en half gemaaide bermen”, beweerde hij in vragen aan het college.
Wie dan? Hoeveel dan? Waar dan? Tja, dat stond er niet bij.

In de gemeente Hardenberg is het niet anders. Vorige week klom CDA-raadslid Anita Vetker in de pen met vragen aan B&W.
“Het CDA heeft veel negatieve reacties en klachten ontvangen over het hoge gras in de bermen in onze gemeente,” beweert ze. En daarna volgt een hele rits problemen: onveilige verkeerssituaties op kruisingen, boze boeren die last hebben van ridderzuring, er wordt meer afval gedumpt maar door het hoge gras zie je dat niet, grotere kans op hooikoorts en tekenoverlast en grotere kwetsbaarheid van kinderen in het verkeer (tip: kinderen, zieken en bejaarden doen het altijd goed in een verhaal).
Hoeveel negatieve reacties en klachten zijn dat dan? Van wie? En waar? Tja, dat stond er niet bij.

Beide raadsleden willen eigenlijk dat het maaibeleid weer wordt aangepast, zodat liefhebbers van crematoriumtuinen waarin alles kort, strak en van steen is, van ontroering hun tranen niet kunnen bedwingen. Maar ik en natuurlijk velen met mij (!) zijn blij met het maaibeleid waarbij een randje langs wegen en fietspaden wordt gemaaid en de rest het domein is van bijen, torren, kevers en prachtige bloemen. Waarbij trouwens wel wat sneller gereageerd mag worden als excessen worden gemeld, zoals meters hoog gras op speelveldjes en in speeltuinen.

Het gejeremieer roept ook tegenkrachten op. Drie provinciale blije eieren hebben een motie ingediend waarin ze Gedeputeerde Staten oproepen een Blije Berm Verkiezing te organiseren met een originele prijs voor de winnaar. Van provinciale bermen? Nee, van gemeentelijke bermen. Daar gaan ze dus niet over, maar alla. Een jury van deskundigen en inwoners moet die prijs vaststellen. Volgens Robert Jansen van GroenLinks, Renate van der Velde van de ChristenUnie en Sander Slots van de PvdA begint de provinciale subsidie voor gemeentelijk bermbeheer zijn vruchten af te werpen. Van groot belang voor flora en fauna. En mensen worden er blij van, vinden ze.

Dat laatste is maar ten dele waar, want het CDA en de PVV willen dus dat er weer als vanouds volop wordt gemaaid. Maar beide partijen krijgen er flink van langs in reacties van lezers van regionale kranten. Het duidelijkst was de reactie van Derk Espeldoorn:
“Mevrouw Vetker, wat een kulpraat. Landelijk en provinciaal ligt het CDA al in de goot, met dit soort nietszeggend geneuzel zal het CDA in Hardenberg helaas ook in verval raken.”