Nederlanders houden van folklore. Ooit was het normaal om tijdens kinderfeestjes spelletjes te doen als koekhappen en spijkerpoepen. En als een lid van het koninklijk huis een jubileum vierde mocht het volk met bijvoorbeeld een kruiwagenrace of varkentjestikken delen in de feestvreugde.

Het koekhappen werd in Hardenberg kegelen bij Zaal Mulder, het kegelen werd een bezoek aan de Huttenheugte totdat men niet meer wist wat te doen tijdens kinderfeestjes. Maar zie: de folkloristische inborst kwam naar voren en dus kregen koekhappen en spijkerpoepen weer een plek op het programma.

Dat Nederlanders van folklore houden is ook te zien langs de kant van de weg. Overal zijn borden geplaatst om verkiezingsposters op te plakken. Dezelfde borden die in 2012 voor 21 partijen werden gebruikt moeten nu dienst doen voor 37 partijen. De lemmingen duwen elkaar van de rots af en dus krijg je ‘gedoe’. Maar gedoe is niet zo’n spannend woord en dus maak je ervan: verkiezingsrel.

Een rel, een echte rel in Hardenberg. Wat die rel is? Een obscuur partijtje heeft de kop van de leider over de posters van anderen geplakt. Het hele bord vol! Kinderachtig natuurlijk, en het laat zien dat de leden van die partij tot het niet-opgevoede deel der natie behoren, maar een rel? Ach, je scheurt de posters van die partij aan flarden, tekent snorretjes op de kop van de leider of plakt jouw posters weer over die andere.

“Een verkiezingsposter is een relikwie uit het verleden. Ze hebben 0,0 effect, maar ik denk dat iedereen vergeten is om ermee op te houden”, zegt politicoloog Peter van der Heiden van de Radboud Universiteit Nijmegen bij Omroep Gelderland.

Aan die relikwieën verdienen sommigen een boterham. Er zijn steeds meer gemeenten die het werk uitbesteden, waardoor alle 37 partijen een plek op de borden kunnen krijgen. Met even grote posters. Dat is in Hardenberg niet het geval. Hier rotzooit men maar wat aan, met grote, kleine, dubbele of scheve posters.

Wat je trouwens bijna niet meer ziet zijn raamposters. Er was een tijd dat in de straat vrijwel elke bewoner een poster op de ramen had, behalve de middenstander want die was bang dat het uiten van zijn politieke voorkeur klanten zou kosten. Uit ervaring weet ik dat er soms posters van twee verschillende partijen op de ramen hingen.

Die tijd is voorbij. Maar zou het niet kunnen, omdat Nederlanders van folklore houden, dat die fossiele reclame-uitingen weer terugkomen? Net als koekhappen en spijkerpoepen? Of is men zo gewend aan anoniem reageren, dat men niet meer durft te laten zien waar men voor staat?