Oud-Heemsenaar Jan Slomp was de afgelopen week enkele keren in het nieuws. Als zoon van voormalig verzetsstrijder dominee Frits Slomp, alias Frits de Zwerver, werd hij betrokken bij de schuldbelijdenis van de PKN-kerk voor de rol van de kerk voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Toen premier Rutte in januari tijdens de Auschwitzherdenking een schuldbelijdenis namens de Nederlandse regering uitsprak, werd bedacht dat de kerken ook konden meedoen. Niet als individuele kerkleden, maar als instellingen. Bij veel oud-verzetsstrijders en hun nakomelingen viel dat erg slecht: velen hebben zich vanuit hun geloof ingezet om joden te redden, soms ten koste van hun eigen leven. De kerk schoffelt over de graven van verzetsmensen, zei Slomp in dagblad Trouw. Volgens hem heeft de landelijke kerkleiding geen idee hoe groot het verzet juist onder kerkleden was. De landelijke organisatie die onderduikers hielp telde 17.000 medewerkers van allerlei pluimage, die het merendeel van de 340.000 onderduikers hielp, inclusief 28.000 joden.

Hoe die schuldbelijdenis tot stand is gekomen? Ergens in het landelijk Dienstencentrum van de PKN in Utrecht komen een paar bestuurders samen, zij hebben Rutte gehoord, vinden dat de kerk moet meedoen, moet meevaren op de golven van de modetrend om excuses voor van alles en nog wat aan te bieden. Ze kiezen als datum 20 april. Dat is te snel en dus wordt het november, tijdens de herdenking van de Kristallnacht. Tot ergernis van enkele historici, die de kerkleiders een gebrek aan historische kennis verwijten. De rol van ‘de kerk’ in de oorlog, tijdens protesten tegen Duitse maatregelen, was groter dan zij denken. En die van individuele kerkleden helemaal. Ook voor de oorlog, als diverse predikanten vanaf de kansel waarschuwen voor de nazi’s, wat hun later nog zal opbreken. Daar kunnen enkele Hardenberger dominees van meepraten.

Erg arrogant en aanmatigend om vroegere collega’s gebrek aan moed te verwijten, zegt Slomp in het Reformatorisch Dagblad. En oud-verzetsstrijders en hun kinderen zijn dat met hem eens. In het boek Het Grote Gebod staan de namen van de omgekomen verzetsmensen en hun woonplaatsen. Bij de meesten achter de naam Ger. (gereformeerd) of NH (Nederlands Hervormd). De PKN-top is waarschijnlijk niet op de hoogte van het aandeel van de individuele kerkleden in de strijd tegen de Duitsers. Vooral in de gewesten langs de Duitse grens zaten én veel verzetsmensen én werden veel mensen geholpen aan een onderduikadres.

Blijkbaar is het niet alleen op bestuurlijk gebied de Randstad tegen de rest van Nederland, maar ook op kerkelijk terrein.