Waarom heeft nog geen enkele politieke partij in de gemeenteraad gevraagd om een onderzoek naar het slavernijverleden van Hardenberg? Anders zijn ze er altijd als de kippen bij om vragen te stellen als iets publicitair in de mode is, maar nu is het oorverdovend stil. Ja, de lokale PvdA heeft een berichtje van de landelijke politieke leidster herhaald, waarin gevraagd werd 1 juli uit te roepen als nationale feestdag, ter herdenking van de afschaffing van de slavernij, maar daarbij is het gebleven. Terwijl misschien wel een Hardenberger notabele een paar centen heeft belegd in een Surinaamse plantage. Of er was in het dorp een winkeltje als van kruidenier Grootgrut, handelaar in comestibles en fijnere kruidenierswaren. Als een van je voorouders daar vóór 1863 rietsuiker of specerijen heeft gekocht ben ook jij indirect profiteur van slavenarbeid.

Beetje opvallend dat diezelfde lokale PvdA niet de barricaden heeft bestormd om van 10 juli een nationale feestdag te maken, de dag in 1919 dat de Eerste Kamer een wet aannam waardoor vrouwen kiesrecht kregen. Ze hadden zich ook sterk kunnen maken om van 23 april een nationale feestdag te maken. In de Staatsregeling van 23 april 1798 werd in Nederland formeel de erfelijke horigheid en het lijfeigenschap afgeschaft.

Met de afschaffing van de slavernij was ons land laat, maar bij de afschaffing van het lijfeigenschap zaten we in de middenmoot. Wel een stuk vroeger dan Zwitserland, waar zelfs tot halverwege de vorige eeuw het systeem van Verdingung werd gehanteerd, waarbij weeskinderen aan belangstellenden werden aangeboden. Velen kwamen terecht bij boerenfamilies waar ze dwangarbeid moesten verrichten en niet zelden geestelijk en fysiek werden misbruikt. Kindslaven dus.

Stel dat dit onderzoek alsnog wordt gehouden en uit dat onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld een Van Riemsdijk of een Van Foreest of een Van Raesfelt geld heeft verdiend aan slavernij en van dat geld zijn huizen gebouwd door Hardenberger aannemers, die dat geld hebben uitgegeven aan lokale middenstanders of ze hebben er hun stadsbelasting mee betaald, moet dan het huidige gemeentebestuur geen excuses aanbieden?

Maar onze arme voorouders dan, die in het veen of de textiel werden uitgebuit, voor een hongerloon moesten werken, aan gedwongen winkelnering moesten doen, moeten we voor het leed dat hun is aangedaan dan ook geen excuses aanbieden?

Whataboutisme noemen ze dat, een soort jij-bak. Waarom zou je geen rekening houden met het leed dat anderen voelen vanwege het leed dat hun voorouders is aangedaan? Ze hebben daar nu nog last van, zeggen ze. Zij wel, en wij, afstammelingen van arme keuterboertjes, veenarbeiders en textielarbeiders, niet.
Want hedendaags racisme is een rechtstreeks gevolg van het Nederlands slavernijverleden, vinden ze.

Wat dit laatste betreft: het opiniestuk van historicus Hans Helgers in het Brabants Dagblad* van 3 september 2020 is zowel verhelderend als verwarrend: wie moet aan wie excuses aanbieden? En als je dat al wilt, kun je dat dan misschien ook per provincie of per regio regelen? Holland wel maar Twente niet?
Ach, misschien maar beter ook dat de lokale partijen niet om een onderzoek vragen. En nationale feestdagen hebben we eigenlijk wel genoeg.

* Een premiumartikel, maar te omzeilen door de link in een incognietovenster te openen: https://bit.ly/bd-opinie