Met tranen in de ogen stond Roelof-Jan Zweers te kijken bij het monument voor het Joods werkkamp Molengoot. Maandagochtend fietste hij over de Luggersweg in Collendoornerveen en zag dat de bloemstukken die op 7 oktober bij de jaarlijkse herdenking waren gelegd als groenafval konden worden bestempeld. ,,Ik heb er geen woorden voor. Dit is vernielzucht, puur vandalisme.’’

Zo had het verhaal over de vernieling van de kransen en bloemstukken bij het monument ook kunnen beginnen, in plaats van het verhaal van organisator van de herdenking Jannie Wiegman in De Stentor, dat het een daad van antisemitisme was. Voor beide versies is (nog) geen enkel bewijs geleverd en dan is het nogal makkelijk om van antisemitisme te spreken. Ook wethouder Alwin te Rietstap heeft zich laten meeslepen door de emotie van Wiegman. “Nu constateer ik met veel verdriet dat het erop lijkt dat ook in onze samenleving antisemitisme nog steeds aanwezig is”, was zijn reactie. Niet handig, want er is geen greintje bewijs.

Wiegman probeerde indirect dat bewijs wel te leveren, door te zeggen dat alleen bij het Molengootmonument vernielingen plaatsvinden. “Bij het oorlogsmonument of het Indiëmonument in Hardenberg gebeurt nooit wat, maar hier wel. Dit is de ergste vernieling die hier is voorgekomen. Ik wil dat de politie en gemeente daar wat tegen doen.’’
Tja, beide andere monumenten staan in Hardenberg-stad en worden omringd door tientallen appartementen en woningen, terwijl het Molengootmonument in het buitengebied staat, aan een weg die niet frequent wordt gebruikt.

Ik neig dan ook naar vandalisme, gelet op het gebruik als hangplek door jongeren, de afgelegen plek en eerdere kleinere vernielingen.
En of de politie en de gemeente hier iets tegen kunnen doen? Wat dacht jezelf?