Als je een weekje buiten de regio verblijft en je leest wat lokale media, dan zie je dat er weinig verschil is tussen wat mensen écht bezighoudt: inkomen, woning, werk en klimaat zijn toppers. Ook landelijk, waarbij nogal eens wordt gedaan of burgers niet goed snik zijn door ze alleen simpele oplossingen te bieden voor ingewikkelde problemen. (Mag je trouwens spreken van burgers? Oud-wethouder Douwe Prinsse zei altijd dat er maar één soort burger is en dat is een hamburger. En dat is ook zo. Inwoners zijn we, buurtbewoners, wijkbewoners. Maar geen abstracte burgers.)

De inwoners van ons land wordt voorgehouden dat er een groot klimaatprobleem is, terwijl anderen zeggen dat dit probleem minimaal is. De een zoekt het in windmolens en zonneparken, anderen in kernenergie. In Nederland moeten we van het gas af, vlak over de grens krijg je subsidie als je overschakelt op aardgas. In Amsterdam zijn GroenLinks-inwoners van IJburg voorstander van windmolens, totdat er plannen op tafel komen om die dingen bij hen voor de deur te plaatsen.

Dat laatste laat het probleem echt zien. Dat zie je in Bergentheim en in Wijk bij Duurstede, las ik op vakantie. In heel Nederland wordt gezocht naar de beste plekken voor molens, zonneparken, biovergisters en andere energieopwekkers. Dat gebeurt in regionaal verband, waarbij gemeenten, netbeheerders, inwoners en bedrijfsleven samen werken aan een RES, een regionale energiestrategie.

Wijk bij Duurstede is uit de RES Kromme Rijnstreek gestapt. Er worden voorlopig geen nieuwe zoekgebieden aangewezen voor windmolens en zonneparken, “want de participatie heeft niet gewerkt”, zei de verantwoordelijk wethouder. Daarmee wordt bedoeld dat het betrekken van inwoners geen zin had. Mensen uit Wijk bij Duurstede willen wel windmolens, maar in Bunnik. En mensen uit Bunnik willen ook wel windmolens, maar dan in Wijk bij Duurstede. Allemaal willen ze energie ontvangen, allemaal vinden ze dat fossiele brandstoffen moeten verdwijnen, allemaal begrijpen ze dat er windmolens en zonneparken moeten komen, samen met andere maatregelen zoals windparken op zee en zonnepanelen op daken, maar niet bij hun in de buurt.

In Bergentheim zie je hetzelfde. Een groep die zich Realistisch Duurzaam Bergentheim noemt is deze week nogal tekeer gegaan tegen de lokale overheid. De windmolens in het gebied tussen Bergentheim en Kloosterhaar worden de mensen door de strot geduwd, er komt een flutbedragje voor een fonds om in het gebied wat leuke dingen voor de mensen te doen, bewoners van het gebied die te dicht bij de windmolens wonen krijgen een verwaarloosbare vergoeding, allemaal omkoopgeld om draagvlak te krijgen. Volgens de rebellen – die alleen de Telegraaf lezen en een draaikont als Ronald Plasterk in de armen sluiten, de oud-minister die alle heil ziet in kernenergie – ligt het plan voor windmolens al klaar, is er geen inspraak geweest en laat de gemeente zich bij de poot nemen door bedrijven die geld willen verdienen aan de windenergie.

Deze groep zou je inderdaad burgers kunnen noemen in plaats van inwoners. Een groep die zelf afstand schept tot de eigen lokale bestuurders. Maar er zijn ook andere geluiden, want op het door-de-strot-duw-verhaal reageert een Bergentheimer met de opmerking dat het verstandiger is de overheid te overtuigen met argumenten, en ze niet weg te zetten als een stel oplichters, want dat helpt niet als je een goede oplossing voor het probleem zoekt.
En dat is natuurlijk iets dat uiteindelijk alle partijen willen.