Diefstal van een Duitse bus

Zo’n beetje op de hoek van het Oosteinde en de Sportlaan in Hardenberg, tegenover de ingang van het oude kerkhof, had Derk ten Cate een garage. Zijn beide zonen Ties en Gerry werkten daar ook. Die garage was een mooie plek om hun bus te stallen, vonden de leden van een Duits militair orkest in september 1944, terwijl ze zelf in het tegenover gelegen hotel verbleven.

Uiteindelijk bleek dat niet zo’n best idee, want groepscommandant Blok van de Marechaussee in Hardenberg moest op 9 september een alarmeringsbericht schrijven aan het hoofdkantoor in Almelo, met de volgende inhoud:
“In de nacht van 8 op 9 september 1944, omstreeks 2.30 uur, hebben vier in Duitse uniformen geklede en met pistolen gewapende personen zich toegang verschaft tot garage Ten Cate in Hardenberg. Twee zoons van de garagehouder, die naar beneden in de garage kwamen toen zij gestommel hoorden, werden onder bedreiging van pistolen in een kast opgesloten. De vrouw des huizes werd in haar slaapkamer door een indringer onder bedreiging van een pistool gemaand zich rustig te houden! Een door de Ordnungspolizei in de garage gestationeerde groene autobus met aanhangwagen werd hierop door de overvallers meegenomen. De overvallers spraken Duits en droegen helmen. De bandensporen tonen aan, dat de overvallers met deze autobus vermoedelijk in de richting van de Duitse grens of richting Mariënberg
zijn vertrokken.”

Een mooi verhaal, maar het was helemaal verzonnen. De komst van de bus was namelijk opgemerkt door leden van het verzet. Zij hadden wel belang bij het voertuig, maar wisten niet hoe ze de bus in handen moesten krijgen, want de garage was goed afgesloten. Derk inschakelen was geen optie, maar zijn beide zoons Gerrie en Ties zouden misschien behulpzaam kunnen zijn. Die gedachte was juist, want de twee wilden er wel voor zorgen dat de achterdeur van de garage open was.

Toen de verzetsgroep wilde vertrekken bleek echter dat de motor van de bus het niet deed omdat de accu stuk was. De broers Ten Cate zorgen voor een ander exemplaar, maar de bus wilde nog niet rijden. Bij de groep zat gelukkig een ervaren monteur, Heine Bolks, die het probleem kon oplossen. De bus werd naar buiten geduwd en verdween via de Stationsstraat in de duisternis.

Uiteindelijk werd de bus ondergebracht in een landbouwschuur van Geert Salomons aan de Van Roijenswijk in Bergentheim, waar hij meteen werd verborgen onder pakken stro. Ondanks een intensieve speurtocht is de bus nooit meer door de Duitsers teruggevonden.